| Spruiten of spruitkool ((Brassica oleracea convar. oleracea var. gemmifera) | |
|---|---|
|
Geschiedenis
Werd in 1821 voor het eerst in de omgeving van Brussel geteeld en wordt in Europa al snel een belangrijke wintergroente. De oorspronkelijke naam is "Choux de Bruxelles". Spruitkool wordt binnen Europa voornamelijk in Nederland, Frankrijk en Engeland geteeld. Teelt: Spruitkool wordt gezaaid tussen februari en half april. De oogst begint in augustus en eindigt in maart. De oogst is eenmalig hetgeen wil zeggen dat alle spruitjes van een plant in een keer geplukt worden. De pluk gebeurt machinaal door de afgehakte stam in de snijkop van de plukmachine te steken. Er zijn vroege tot zeer late rassen. De vroege rassen geven al in augustus oogstbare spruiten. De zeer late rassen, als er geen strenge winter is geweest, pas in maart. Tip : Als je de spruiten eerst invriest breekt een deel van het zetmeel af tot suiker zodat deze zoeter zullen smaken. |
foto:
|
|
Ziekten en beschadigingen
Insecten: Spruitkool kan aangetast worden door rupsen van o.a. het Klein koolwitje, Groot koolwitje, Late koolmot en uiltjes. Ook de melige koolluis en de koolvlieg kunnen veel schade toebrengen. Schimmels: Grauwe schimmel (Botrytis cinerea) kan rotte blaadjes, smet genoemd, op de spruitjes geven vooral bij rassen waar de spruitjes dicht op elkaar zitten. Daarnaast kan er bladvlekkenziekte en meeldauw (Erysiphe cruciferarum) op spruitkool voorkomen. |
Voedingswaarde:
Spruitjes zijn rijk aan vitamine C en hebben (mogelijk) een positief effect bij het tegengaan van kanker. 100 gram verse (ongekookte) spruitjes bevatten: * Voedingsstoffen o koolhydraten: 5 g o eiwit: 4 g o vet: 0,5 g * Mineralen o Calcium: 30 mg o IJzer: 1 mg * Vitaminen o Caroteen: 1 mg o B1: 0,12 mg o B2: 0,12 mg o C: 150 mg |