| Tomaat ((Solanum lycopersicum, syn. Lycopersicon esculentum)) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
De tomatenplant is afkomstig uit Zuid-Amerika en was daar al heel lang in cultuur voordat ze door de Spanjaarden mee naar Europa werd genomen.
Na enige tijd als sierplant te zijn geteeld werd ze pas vanaf de halfweg de 19de eeuw, op heel beperkte schaal nog, als groente gekweekt. Dit omdat ze nog altijd een beetje als gifplant bekend stond, zoals voorheen de aardappel. Niet alleen bevatten tomaten veel vitamine C, maar ook lycopeen, Lycopeen speelt mogelijk een rol bij de bescherming tegen kanker. Het is een meerjarige, kruipende plant, die als eenjarige wordt gekweekt. Het blad en de stengel zijn giftig. De bloemen vormen lange trossen die bij kerstomaten lange tijd kunnen doorbloeien. De groene bessen die door de plant worden gevormd zijn licht giftig. De bladeren zijn bezet met haartjes, waarop kliertjes staan die bij aanraking de typische tomatengeur verspreiden. Tomaat kan op veel grondsoorten geteeld worden die wel rijk moeten zijn aan organisch materiaal en een goede waterafvoer hebben. Zaai acht tot tien weken voor het uitplanten. De zaaigrond bestaat uit 4 delen potgrond en 1 deel mager zand. Na bevochtigen laat u dit klimatiseren bij een temperatuur van 20°C. Verspreid het zaad bovenop vrij dun en dek af met maximum een halve cm mager zand. Het geheel afdekken met een glasplaat. De glasplaat zorgt voor een voldoende hoge temperatuur en belet tevens dat het zaaisubstraat gaat uitdrogen. Overdag wat luchten door de glasplaat op een kier te zetten (plaats een stokje onder de glasplaat). Door dun zaaien kunt u het verspenen wat uitstellen. Dit is vooral van belang wanneer er weinig verwarmde ruimte ter beschikking is. Speciale elektrisch verwarmde zaaibakjes zijn heel geschikt. Hou er ook rekening mee dat maximum 80% van het zaad bovenkomt. De verdere ideale opkweektemperaturen zijn (een absolute minimumtemperatuur is toch wel 12°C). Het verspenen kan gebeuren wanneer het eerste echte blaadje te voorschijn komt. Dit is zo'n 14 dagen na het zaaien. Eventueel wachten tot het tweede echte blaadje te voorschijn komt. Wees zeer streng bij de selectie. Plantjes die duidelijk kleiner zijn dan de rest worden niet gebruikt. Ook als de kiemblaadjes wat misvormd zijn levert dit waarschijnlijk slechte planten op. Het verspenen gebeurt in potten met een diameter van 12 cm, gevuld met potgrond voor groenten. Om voetziektes te vermijden moeten de kiemblaadjes na het verspenen nog steeds boven de grond uitkomen. Hoe kweken : Plantmateriaal van tomaten opkweken is niet echt makkelijk te noemen. Toch zijn er een aantal spelregels die de opkweek doen lukken. Teel bij een voldoende hoge temperatuur, nachttemperaturen onder de 12°C veroorzaken een groeistilstand. Geef niet te veel of niet te weinig water, in het ene geval bekomt u een plant met bleek, geel blad; in het andere geval een gedrongen, donkere plant. De planten zijn plantklaar als de eerste tros zichtbaar wordt. Onder glas uitplanten doet u ten vroegste eind april bij zacht weer, zoniet wachten tot begin mei. In een licht verwarmde kas kan geplant worden vanaf eind maart. In open lucht heeft planten voor 20 mei weinig zin. Hou er rekening mee dat tomatenplanten absoluut vorstgevoelig zijn. Plant in een opgewarmde grond, dit betekent een minimale grondtemperatuur van 15°C. Zoniet stijgt de kans op wortel- en voetziektes. U kunt de grondtemperatuur verhogen door de grondstrook een tiental dagen af te dekken met plastiekfolie. Streef naar een plantdichtheid van 2,5 planten per m2. Een te dichte stand veroorzaakt extra problemen met schimmelziektes. De potkluit moet bij het uitplanten goed vochtig zijn, want de plant put de eerste dagen hieruit zijn reserves. Let er op dat de bovenkant van de potkluit niet bedekt wordt met kasgrond, daarin zitten nogal wat ziektekiemen die de plantvoet aantasten. De kiemblaadjes komen ook hier niet onder de grond terecht. Om het aanspoelen van de grond en de inworteling te bespoedigen gebeurt het aangieten met water van ongeveer 20°C. De planten worden gesteund met touw of stokken In de kas werkt u makkelijk met touwen die bovenin de constructie aan gebonden worden. In open lucht kan u ook met touwen werken, door eerst een houten ophangraam te maken. De touwen worden met een losse lus onderaan de plant vastgemaakt. Ook kunt u de gekende kurkentrekkervormige tomatensteunen gebruiken. Regelmatig moet de stengel rond het koord gedraaid worden. Om te vermijden dat de stengel breekt bij het indraaien kunt u ook de stengel aan het koord bevestigen met een clips. Clipsen hebben het voordeel dat de plant niet meer kan zakken. Bij groeizaam weer verschijnt er om de week een nieuwe tros op de plant, dit betekent dat er iedere week drie bladeren bijkomen, samen met drie dieven. Dieven zijn okselscheuten die zich bevinden waar het blad vergroeid is met de stengel. Deze dieven worden weggebroken of met een mes weggesneden indien ze al wat groter zijn. Eenmaal de vruchtjes op een tros zichtbaar zijn is trossnoei een aanrader. Zonder trossnoei is er onderaan de plant veel productie, maar bovenaan valt de groei stil. Trossnoei leidt tot een regelmatige productie Bij vleestomaten laat u maximaal vier tot vijf vruchten per tros uitgroeien. Bij ronde tomaten of trostomaten zijn dat er ongeveer zeven tot acht, afhankelijk van de grootte van de vrucht. U neemt de misvormde vruchten weg, daarna wat nog overtollig is. Bij kerstomaten is trossnoei overbodig. Bij een goede groei wordt in de kas ten laatste 10 augustus getopt, het groeipunt wordt uitgenepen boven de laatst bloeiende tros. Deze vruchten kunt u dan oogsten begin oktober. Er verlopen ongeveer zes (zomer) tot acht (later op het seizoen) weken tussen de vruchtzetting en de rijping van de vrucht. In open lucht toppen na vier of vijf trossen, of ten laatste eind juli. Enkele weken na planten kunt u de onderste vier blaadjes verwijderen. Het is heel belangrijk dat de vruchten niet constant door felle, rechtstreekse zonnestralen beschenen worden. De vruchttemperatuur loopt hierdoor zeer sterk op met als gevolg dat delen van de vrucht bij het rijpen groen blijven. Dat de bladeren weg moeten om de vruchten beter te doen rijpen is niet helemaal waar. Niet zozeer licht, maar wel temperatuur doet vruchten rijpen. Pas vanaf september heeft het zin de trossen bloot te maken om de extra zonnewarmte te benutten. U kunt wel steeds blad verwijderen tot onder de op dat ogenblik rijpende tros. Op die manier is er tussen het gewas een luchtiger klimaat. Bij zeer sterke groei, als door het vele blad de vruchten niet meer zichtbaar zijn kunt u tussenin enkele bladeren wegsnijden. Tomaten zijn zelfbestuivend. Het stuifmeel dat loskomt van de meeldraden blijft kleven aan de stamper van dezelfde bloem. Stuifmeel losmaken kan kan door te tikken tegen de bloemtros rond de middag. 's Morgens is het stuifmeel nog te vochtig en komt het niet los van de meeldraden. Op een warme dag in de namiddag zal het stuifmeel wel loskomen, maar blijft niet kleven aan de stamper van de bloem omdat die ondertussen te droog geworden is. Om de andere dag trillen is voldoende bron : http://www.plantaardig.com/groenteninfo/tomaten.htm |
foto:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ls de planten regelmatig nat worden zijn de vruchten ruwer zijn en is de kans op schimmelziektes groter. Geef dus water onderaan, per plant of per rij, niet over de volledige grondoppervlakte. Zo vermijdt u een te vochtig klimaat (zie water geven blz000). Bedenk dat de hoeveelheid water de productie van de plant beïnvloedt, maar ook de kwaliteit, hardheid en de smaak van de vrucht. Droger telen leidt naar kleinere maar smaakvollere vruchten. Te natte grond is schadelijker dan droge grond. Pas de watergift aan volgens de weersomstandigheden en wees spaarzaam met water in frissere en regenachtige periodes. Oogst de tomaten door met de duim de verdikking tussen tomaat en tros in te drukken. Zo blijft het kroontje aan de vrucht. Rijpe tomaten worden bewaard op een koele en goed verluchte plaats. De optimale temperatuur ligt bij 12° C. Oogst de tomaten als ze rood zijn, zo komt de smaak volledig tot zijn recht. Rijpe tomaten barsten gemakkelijker. Vanaf half september kunt u over de buitentomaten een plastieken tomatenhoes plaatsen om de rijping te bevorderen. Zodra de temperatuur in oktober lager wordt, worden de resterende, nog niet rijpe, maar wel volgroeide vruchten geoogst. Deze kunnen dan binnenshuis bij een temperatuur van 20 °C narijpen. Plaats de tomaten, afgedekt met papier, samen met enkele rijpe appels of bananen. Deze geven ethyleen af dat de rijping versnelt. |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||